Een CAC-score en ApoB meten twee verschillende dingen die samen een redelijk compleet beeld geven van je cardiovasculair risico. ApoB telt het aantal schadelijke lipidendeeltjes in je bloed, vergelijkbaar met LDL-cholesterol maar nauwkeuriger als je triglyceriden verhoogd zijn of je LDL-waarde aan de grens zit. Het is een gewone bloedprik, vrijwel zonder risico, en je kunt het bij de huisarts aanvragen als onderdeel van een lipidenpanel.
De CAC-score gaat een stap verder: die laat via een CT-scan zien hoeveel verkalkte plaque er daadwerkelijk in je kransslagaders zit. Een hogere score betekent meer plaque en meer risico, een score van nul geeft enige geruststelling maar sluit niets volledig uit. Het grote voorbehoud is dat de scan alleen verkalkte plaque ziet, niet de zachtere variant. De test is het meest zinvol als je risico al als "tussenliggend" is ingeschat en de uitslag een concrete invloed heeft op de behandelkeuze. Bij een heel laag of heel hoog risico voegt hij weinig toe.
Praktisch gezien: ApoB is de logische eerste stap, want goedkoop, zonder straling en informatief voor iedereen. De CAC-scan is een vervolgstap als je cardiovasculair risico onduidelijk blijft na bloedonderzoek, en die vraag stel je het beste aan je huisarts of cardioloog. De scan brengt een kleine stralingsdosis met zich mee en kan soms toevallige bevindingen opleveren die op hun beurt tot extra onderzoek leiden, iets om van te weten voordat je hem aanvraagt.
Overzicht over meerdere factoren (2 onderzoeksrecords, 2 bronnen). De bewijssterkte verschilt per onderdeel , lees het antwoord voor de nuance.