Twee screenings die echt aantoonbaar levens redden zijn mammografie (borstkanker) en de darmkankertest. Voor borstkanker laat een grote analyse uit 2024 zien dat regelmatige mammografie het risico om aan borstkanker te sterven verlaagt, met het duidelijkste voordeel tussen ongeveer 40 en 74 jaar, eens per één à twee jaar. In Nederland ontvang je via het bevolkingsonderzoek borstkanker automatisch een uitnodiging zodra je in de doelleeftijdsgroep valt; buiten dat programma kun je via de huisarts.
Voor darmkanker is het bewijs minstens zo sterk. Het Nederlandse bevolkingsonderzoek darmkanker stuurt mensen van 55 tot 75 jaar een ontlastingstest (FIT) thuis, die volledig risicoloos is. Bij een afwijkende uitslag volgt een coloscopie. Die coloscopie heeft kleine maar reële risico's zoals bloeding of perforatie, dus het is geen test die je zomaar buiten een programma om aanvraagt, maar binnen het screeningsprogramma is de balans goed doordacht.
Wat beide screenings gemeen hebben: ze verlagen duidelijk de kans om aan die specifieke kanker te sterven, maar het effect op je totale levensverwachting is bescheidener dan het grote plaatje doet vermoeden. Dat vermindert de waarde niet, het nuanceert ze. En bij beide geldt dat er ook nadelen zijn, valse alarmen en soms behandeling van iets dat nooit klachten had gegeven. De startleeftijd en het interval zijn dus zeker bespreekbaar met je huisarts als je specifieke risicofactoren hebt, zoals familiegeschiedenis.
Als je 45 jaar of ouder bent en nog niet bent uitgenodigd voor het darmkankeronderzoek, is de huisarts de aangewezen plek om te vragen of je al in aanmerking komt.
Overzicht over meerdere factoren (2 onderzoeksrecords, 4 bronnen). De bewijssterkte verschilt per onderdeel , lees het antwoord voor de nuance.